IMOZ blog van Marcelle

Laatst werd een team geconfronteerd met een cliënt met hersenletsel die, als ze even niet opletten, behoorlijk handtastelijk werd naar anderen. Hij koos daarvoor de meest weerloze medebewoners uit, mensen die zich door hun dementie niet of nauwelijks konden verdedigen. Hij lokte hen mee, deed zijn broek naar beneden en nou ja, moet ik verder gaan? De zorgmedewerkers vonden het verschrikkelijk. Vooral voor de bewoner die het overkwam. Maar zeker ook voor meneers vrouw en voor de familie van degene die het overkwam. Ze kregen de indruk dat meneer, ondanks zijn hersenbeschadiging, best besefte wat hij deed. En dat maakte het nóg erger. 

Belevingsgericht werken betekent ‘zoekend reageren’. Welke reacties levert iets goeds op voor meneer én voor zijn omgeving. Belevingsgericht werken betekent vooral goed in contact met de cliënt blijven. Dat wilde dit team ook, maar hun verontwaardiging was zo groot, dat ze meer politieagentje speelden dat dat ze toekwamen aan zoekend reageren. Als je geconfronteerd wordt met iets dat je moreel sterk raakt, dan is zoekend reageren helemaal niet makkelijk. Je vindt ergens iets van! In dit geval vond het team: dit kan echt niet, dit moet stoppen! Individueel is het dan moeilijk om zoekend te reageren. Ook in teamverband kan de verontwaardiging hoog oplopen. Dan is het belangrijk om, liefst met een onafhankelijke gespreksleider, sámen en multidisciplinair op onderzoek uit te gaan om zo hopelijk meer mogelijkheden te zien om te reageren.   

Tijdens ons onderzoek blijkt dat meneer ergens door getriggerd wordt. ‘Je ziet het gebeuren’, zeggen de verzorgenden, ‘aan hoe hij uit zijn ogen kijkt’. Dan is hij onrustig, zoekende en gaat op pad. De verzorgenden vinden het dan echt hun verantwoordelijkheid om de veiligheid van de andere bewoners te waarborgen. Én om zijn echtgenote en de andere familie dit leed te besparen. En ergens zouden ze ook meneer wel willen helpen. Wat nu? We praten erover met behulp van een Moreel Beraad. ‘Mogen wij meneer zijn seksuele behoeftes afremmen?’, kiezen ze als centrale vraag. Want dat is wat ze nu voornamelijk doen. Niemand wil immers dat hij dit tijdens haar dienst doet, want jeetje, dan moet je hém terechtwijzen, de betreffende bewoner opvangen, diens familie bellen en ook zijn echtgenote nog op de hoogte stellen. Altijd weer een nare toestand. Dus voorkomen ze het liever. Ze houden hem in de gaten, volgen hem het liefst, maar ja, dat mag officieel helemaal niet. En het is ook niet altijd te doen.

We onderzoeken samen wat er voor alle betrokkenen op het spel staat.

Voor zijn echtgenote staat liefde en trouw op het spel. Haar man doet iets wat haar met schaamte vervult. ‘Zo doe je niet, zo zijn we niet getrouwd. Zo ken ik je niet, wie ben je?’

Meneer zelf is erg gewend om zijn eigen ding te doen. Hij beseft dat hij door zijn ernstige hersenbeschadiging zijn autonomie, zijn vrijheid, zijn oude leven volkomen kwijt is. En dat hij ook zichzelf kwijt is: zijn identiteit, zijn waardigheid, zijn seksualiteit, zijn thuis, alles eigenlijk. Daarbij wordt hij de hele dag in de gaten gehouden. Hij is wat jonger dan de anderen en wordt voortdurend geconfronteerd met hoe zijn toekomstig leven in het verpleeghuis eruit al zien.  

Voor de verzorgenden staat zoals gezegd hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de andere bewoners op het spel. Maar ook kwesties als controle en onmacht: ze hebben het gevoel dit niet te kunnen voorkomen en dat grijpt hen aan. Maar ook hun zorgzaamheid voelen ze. Wat is nu goede zorg voor meneer?

Voor de medebewoners staat hun veiligheid natuurlijk op het spel. Ze zijn bang, ontlopen hem als ze dat kunnen of tonen een gepijnigde gezichtsuitdrukking. Ze worden geconfronteerd met ongewenst intimiteiten, met overmacht en onmacht.

Het team is heel wat op het spoor gekomen. De kern zit wat hen betreft in de veiligheid voor de medebewoners, in hun eigen machteloosheid, in hun verantwoordelijkheid voor de medebewoners, voor meneer zelf, voor familieleden en voor elkaar. Tot slot geven ze aan ook de waardigheid en identiteit van meneer zelf belangrijk te vinden.

Terug naar hun vraag: Mogen we hem remmen in zijn seksuele behoefte?

‘Nee, dat mogen we niet,’ zegt het team, ‘als het met wederzijdse instemming gebeurt, of als om zelfbevrediging gaat.’

‘Ja, dat mogen we wel, dat moeten we zelfs,’ zegt het team, ‘als het zonder wederzijdse instemming gebeurt, als meneer er dus anderen mee lastig valt en vooral ook anderen ermee beschadigt.’ En dat is in deze situatie aan de hand.

Hoe mogen we hem dan afremmen? Vanuit de waarden die het team belangrijk vindt, besluiten zij tot verschillende manieren van reageren.

Ze willen gaan onderzoeken wát hem triggert tot dit gedrag. Ze gaan zijn vrouw vragen of ze hierbij mee wil helpen én – als dit niet te achterhalen is - of ze mee wil denken over manieren om tegemoet te komen in meneers behoefte aan seksualiteit. ‘Zo laten wij hem merken dat hij mag zijn, wie hij wil zijn.’ Als ze zien dat hij onrustig is, dan zeggen ze dat tegen hem en erkennen dat gevoel en kijken ze of ze iets voor hem kunnen betekenen om over dat gevoel heen te komen: ‘Goh, ik zie dat u zoekend bent, dat u onrust ervaart. Klopt dat? Wat is er dan?’ En als dat niet helpt: ‘Kom, zullen we iets leuks gaan doen/een stukje wandelen/fietsen?’ Dat heeft namelijk al een paar keer geholpen.  

En als laatste spreken ze af om sowieso steeds met hem in contact te blijven. Om hem geheel gelijkwaardig, als medemens te benaderen en niet als agent ‘boven hem te gaan staan’. Ze spreken af om hem te zeggen dat je het heel naar vindt, dat je hem moet remmen, maar dat je het ook heel naar vindt voor andere bewoners, als hij met hen iets doet wat zij echt niet willen en iets doet wat zijn vrouw ook heel moeilijk vindt. Benoemen wat je doet dus en vooral ook waarom je het doet.

Tot slot spreekt het team af wie hiermee verder gaat. De EVV-er en een verzorgende die goed contact met meneer heeft gaan samen met de psychologe de benaderingswijze n.a.v. dit gezamenlijk onderzoek gesprek uitwerken, zodat er eenduidig gewerkt kan worden. Ook komt er een beknopte benaderingswijze voor de vakantiekrachten, want tja, de vakanties komen eraan….

Misschien vind je dit ook leuk

Kopmodule GP bij Saxenburgh in Hardenberg met succes afgerond!
Belevingsgerichte zorg, verhalen uit de praktijk -IMOZ blog van Marcelle
Persoonlijk bewustzijn en groei voor deze zorgprofessional in de palliatieve zorg

Imoz

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.