IMOZ blog van Marcelle

De verpleegkundige met liefdesverdriet

De afgelopen weken had ik vakantie. Velen van jullie hopelijk ook. Voor mij betekent vakantie lekker buiten zijn en veel lezen. Eén boek sprong er deze zomer uit. Het heet ‘De ontmoeting, een filosofie’ en het is geschreven door Charles Pépin. Het gaat, je raadt het al, over ontmoetingen. Op vakantie, in de trein, in de zorg, dat kan natuurlijk overal en elke dag. En dan niet zomaar elkaar als voorbijgangers passeren, maar echt iemand ontmoeten. Bij een ontmoeting gebeurt er immers iets, ontstaat er iets. Contact, verbinding, een klik. En laat dat nou juist ook bij de IMOZ-opleidingen zo’n centraal thema zijn!

Zelf heb ik het belang van deze verbinding tussen zorgmedewerkers en patiënten in de zorg diverse keren mogen ervaren, in het bijzonder de volgende ontmoeting:

Zo kwam ik eens, op verzoek van de verpleging, bij een mevrouw in het ziekenhuis. Ze had veel voor haar kiezen gehad en ze wilde graag in gesprek met een geestelijk verzorger. Ik kwam haar kamer binnen en zag dat mevrouw in gesprek was met een jonge verpleegkundig, die op dat moment volledig in tranen was. ‘Mmm, da’s bijzonder’, dacht ik. En: ‘Dit is vast niet het goede moment.’ Dus ik vertrok stilletjes en kwam de volgende dag terug. Dat schikte beter. Ik vroeg even naar de verpleegkundige. ’Oh,’ zei mevrouw, ‘dat was toch zó fijn. Ik zag dat er wat met haar was en ik vroeg er naar. En wat bleek? Ze had liefdesverdriet.’ Mevrouw zuchtte ontroerd. ‘Het was zo fijn om er even voor haar te zijn, in plaats van dat iedereen er steeds voor mij is in deze barre tijden.

PANG, die zat!

Wat maakt nou dat iemand niet gewoon een voorbijganger in je leven is, maar dat je met hem of haar een ontmoeting hebt? Pépin legt het uit. Bij een ontmoeting ben je geraakt door iets van die ander. Bijvoorbeeld door haar uitstraling, haar stem, haar anders zijn. Je merkt dat je nieuwsgierig bent, benieuwd naar haar verhaal, haar wereld. En je wilt iets beginnen: een gesprek, een project, een vriendschap, een (zorg)relatie. Je ziet de wereld opeens ook door háár ogen, vanuit haar standpunt. En je wordt er een beetje anders door, je ontwikkelt je, misschien wel tot een beter mens. En soms, soms merk je dat ze je leven redt, of jij het hare.  

En ja, dat herkende ik wel. Ik was geraakt geweest door wat ik zag: een patiënte die iemand troost. Dat was me bekend, troosten. Ik werd benieuwd naar de vrouw achter de titel ‘patiënte’ en wilde haar graag leren kennen. In gesprek met haar, zag ik de wereld opeens door haar ogen. Ze lag daar, patiënte. Er was veel met haar aan de hand en iedereen wilde voor haar zorgen. Ze was - zeg maar - object van zorg geworden. Hoe moet dat voelen? Zij gaf mij een indruk. Ze leerde me hoe nodig het is, om ook als je ernstig ziek bent, zelf nog iemand te zijn. Dat je iets voor een ander kunt blijven betekenen. Zorgen voor iemand anders bracht haarzelf een gevoel dat ze iets kon betekenen voor een ander, in plaats van altijd andersom. Daar had ik nog niet eerder bij stil gestaan. En ik ben het sindsdien nooit meer vergeten. Die middag luisterde ik naar haar zorgen, haar angsten. En hielp ik haar op verhaal. Elkaars leven hebben we niet gered, maar een ontmoeting was het zeer zeker wel.

En? Hoe geldt dat voor jou, lezer? Welke ontmoetingen in je leven, in je werk, zijn je bij gebleven? En ontmoette jij afgelopen zomer mensen die je bijblijven of waar je mee verder wil? En: herken je Pépins ‘tekens’ van ontmoetingen? Gelden die ook voor jou?

Ontmoetingen met mensen openen de wereld voor ons, zo stelt Pépin. Ze maken je leven rijker, beter, gelukkiger. Ze lijken puur toeval – ik zat naast jou in de bus, ik kreeg hem in zorg - maar of het meer wordt dan elkaar vluchtig passeren, hangt vooral af van onze eigen houding. Pépin schrijft daar ook over: hoe kunnen we ontmoetingen helpen ontstaan? Hoe kunnen het geluk een handje helpen? Maar daarover later meer.        

Misschien vind je dit ook leuk

De Koelkast
Geslaagd! GVP bij De Wever
De ontmoeting in de nacht

Imoz